| Periode 1955-1988 |
|
De naam Roesalka werd gevonden in een van de vele gedichten van de nationalistische dichter en schrijver Taras Sevstjenko (zie onderwerp ‘symboliek’, op deze pagina). De werken van deze Oekraïense culturele held werden in het buitenland gretig gelezen. Roman herinnert zich nog zijn beroemde epos “Hamalia”, waarin de Kozakken een prominente rol speelden. In het begin werd er nog opgetreden samen met het orkest van Tremolo. Na een jaar of 10 werd Herman Kuitenbrouwer ziek en dat leidde tot het uiteenvallen van Tremolo. In diezelfde periode haakten ook, om privéredenen, de Oekraïners af die Roesalka opgericht hadden. Omdat Roesalka inmiddels flink succes had, besloot Roman Pyndus om door te zetten. Om de kwaliteit te verbeteren besloot Roman om kennis van dans & zang op te doen in het buitenland. Hij reisde daarvoor naar Manchester, naar een dansgroep die hij tijdens een optreden in België had leren kennen. De muziek voor Roesalka kwam tot dan toe van oude grammofoonplaten. Een welbekende anekdote binnen Roesalka is dat een lid eens op een grammofoonplaat is gaan zitten. Dat gaf acute problemen! De groep ging over op het gebruik van een bandrecorder. Optredens volgden in onder meer in 1962 bij de deelname aan de operette ‘Die lustige Witwe” van de toenmalige Studio 22.
Een legendarisch optreden was er in hotel Krasnapolsky in 1965 te Amsterdam, waar voor de federatie van organisaties van ontheemden en vluchtelingen opgetreden werd volgens Roman een waar spektakel! In datzelfde jaar werd ook samengewerkt met de Hengelose accordeonvereniging Belzona. In 1966 bestond de Enschedese folkloregroep ‘de Schaddenrieders’ 20 jaar, wat luister bijgezet werd met een optreden van Roesalka.
Daarnaast nam Roesalka regelmatig deel aan de volksdansfestivals te Saasveld en Bad Zwischenahn.
In 1968 bestond Stork 100 jaar en in samenwerking met revuegezelschap Stork’n Nus bracht Roesalka een wervelende show Roesalka was een veelgevraagde groep in binnen- en buitenland.
|