Roman Pyndus geridderd!

Hij is 81 jaar en nog steeds waagt hij zich aan het Oekraïense volksdansen. Als 1 van de oprichters van de dansgroep Roesalka heeft hij zich 50 jaar lang ingezet, koste wat kost, voor deze groep. Zondag 29 mei 2005 is Roman Pyndus daarvoor onderscheiden.

In 1941 is Roman, als 17-jarige jongen, in zijn Oekraïense geboorteplaats Ivano-Frankovsk door Duitse soldaten opgepakt en te werk gesteld in Duitsland. Via een omweg is hij in Hengelo terechtgekomen: 'In een klein plaatsje in Duitsland moest ik in een soort zoutfabriek werken, waar we van zout aluminium maakten. Dit deed ik samen met andere te werk gestelde mensen uit Polen, Rusland en Oekraïne. 22 Lange maanden heb ik daar gewerkt. En het was nog gevaarlijk ook: we werkten met grote, kokend hete kookpannen in die fabriek en vaak vlogen er vliegtuigen over om de fabriek te bombarderen. Veel van mijn collega's zijn daarbij omgekomen.

Toen de oorlog voorbij was, wilde ik niet terug naar mijn geboorteland. Niet terug naar de dictator Stalin, die daar met ijzeren vuist regeerde. Gelukkig kwamen er op een dag, niet lang na de bevrijding, Nederlandse afgevaardigden naar het kamp waar ik was ondergebracht. Zij vroegen of er mensen in Nederland wilden komen werken. Samen met nog een andere Oekraïner hebben we daarmee ingestemd.

Zo kwam het dat ik nieuw leven ben begonnen als ketelmaker bij Stork in Hengelo."Echt heimwee naar zijn eigen land had hij niet. 'Ik wilde echt niet terug zolang Stalin aan de macht was. Ik had in Ivano-Frankovsk natuurlijk broers en zussen, die miste ik wel. Brieven schrijven of foto's sturen kon ik niet doen, die kwamen niet aan. Ik vroeg me vaak af hoe het met ze zou zijn. Ik wist dat het leven daar niet makkelijk voor ze zou zijn. Pas in 1991, 50 jaar later, zag ik ze weer. Het was moeilijk om met ze te praten, ze hebben bijna hun hele leven onder de communistische propagandamachine geleefd. Ze durven zich nu nog steeds niet zomaar te uiten. Als je vroeger kwaad sprak over de regering werd je namelijk afgevoerd naar Siberië of doodgeschoten. Complete gezinnen verdwenen van de 1 op de andere nacht. Niemand hoefde dan te vragen waar ze heen waren gegaan.

Sommige mensen zeggen wel eens tegen me: mis je Oekraïne niet? Dan zeg ik: nee, mijn Oekraïne is hier, niet daar. Hier staat mijn huis en hier heb ik al die tijd gewoond. Het enige waar ik veel moeite mee heb gehad is het Nederlands. Wat een moeilijke taal is dat. Maar goed, ik kan me daar nu wel mee redden.'

Om toch de Oekraïense cultuur niet te vergeten, heeft Roman met 3 andere landgenoten de dansgroep Roesalka opgericht. Dat is nu 50 jaar geleden. Eerst hadden we niet zo heel veel leden, maar al snel werden het meer. We hebben het ook wel heel moeilijk gehad, maar ik bleef me voor Roesalka inzetten. Bijna al mijn tijd ging er in op. Het is de moeite waard geweest. De volksdansgroep leeft volop. We hebben jonge leden genoeg en tegenwoordig zitten er zelf beroepsdansers uit Oekraëne bij. Die kennen hun vak wel. Een dansgroep zoals deze zie je niet veel. Neem nu bijvoorbeeld de muziek. Zelf instrumenten bespelen bespelen konden we niet. Waar moesten we platen met Oekraïense volksmuziek vandaan halen? Dat kon je helemaal nergens kopen, dat moesten we bijvoorbeeld uit Canada laten overbrengen. Als er een LP kapot ging, was dat een ramp.'

Tegenwoordig doet Roman het wat rustiger aan. Zijn knieën zijn niet al te best meer, ’versleten door het dansen.’ Hij is nu erevoorzitter van de club. ’De typisch Oekraïense hurkendansen lukken me niet meer.’

Bron: Twentse Courant Tubantia, 31 mei 2005


cron